25-04-2016 - Column Diane Huijskes-Blanken.

Vandaag was blijkbaar zo’n dag. Het verhaal van Sonny doet er nu nog steeds toe.

 

Vandaag was blijkbaar zo’n dag. Zo’n dag die je ontzettend veel energie kost, zo’n dag die anders verloopt dan je vooraf had bedacht. Mijn studenten staan midden in het leven en laten zich in het oude schoolgebouw goed horen. Man wat klinkt dat lekker door het open trappenhuis. Het echoot extra hard en wat is het dan stoer om daar bovenuit te komen. Om een beetje indruk te maken moet je wel wat te melden hebben om op te vallen. Daar kan ik dan gefascineerd naar luisteren, dit is de doelgroep waar ik zo graag mee werk. Onervaren, overmoedig, hart op de tong. Heerlijk!

Vandaag was blijkbaar zo'n dag. Zo'n dag waarop duidelijk iets uitgevochten moest worden. Even de hiërarchie bepalen, de piketpaaltjes vlogen door en langs de betrokken groepen.

Na een imponerende donderpreek van mijn collega leek het even rustig. Iedereen was zich weer bewust van wat er van hem verwacht werd. Even lucht, even een pas op de plaats.

Had ik al gezegd dat mijn leerlingen impulsief waren en het hart op de tong hebben? Niet dat ik de kans zou krijgen om dit te vergeten...

Voor ik met mijn les kan beginnen blijkt het nog niet gedaan te zijn. Het gevoel van onrechtvaardigheid, onmacht en misschien ook wel onkunde steekt als een tornado op en raast door het lokaal.

Dan doe ik heel erg mijn best om me in te houden en om geen dingen te zeggen waar ik later spijt van krijg. Wie zegt dat zwijgen een teken van zwakte is? Het tegendeel is zo veel meer waar. Ik slik al mijn frustraties in en bedenk me dat we eruit moeten, eruit de lentezon in. Eruit, uit deze heftige groepsdynamiek.

We lopen Groenlo in, even ontladen. Er worden voorzichtig wat grapjes gemaakt en er wordt weer gelachen. Wandelend komen we langs de oude protestantse begraafplaats en neem ik ze mee naar het grafje van Sonny Cohen en daar kan ik zijn verhaal vertellen. Ze staan dicht om zijn steen heen. Wel een beetje eng. "Hij is toch wel echt dood?" Weg is het lawaai, weg is de bravoure, weg is het schild. Er komen fantastische vragen en opmerkingen, ze zijn oprecht geïnteresseerd. Ik kan vertellen wat hem overkwam, ik kan vertellen wat de parallellen zijn met de huidige toestand in de wereld. Ze staan zelfs open voor de parallel tussen Sonny en hun gedrag en reacties net op school. Er ontstaat een gesprek waarin ze zich kwetsbaar op durven stellen, vragen stellen en problemen bij de naam noemen. Is dit dezelfde groep als een uur geleden? Is dit dezelfde groep die net nog hoog op de barricaden stond? Wow, wat een magisch moment!

Als ik uitleg waarom er steentjes op zijn grafsteen liggen reageren ze weer net zo impulsief als daar in het trappenhuis. Nu alleen zonder lawaai, nu bukken ze zich, kiezen ze zorgvuldig een steentje uit en leggen deze bij Sonny neer.

Het graf van Sonny Heiny Cohen op de protestantse begraafplaats. Foto: Willy Gelinck.
 

Met een ander volume op de toerenteller slenteren we terug naar school. Onderweg moet ik nog meer vragen beantwoorden en verhalen vertellen. Ze blijven vragen. " En hoe...?"

Met een intens tevreden gevoel bedank ik ze voor hun aandacht en bereidheid om te luisteren en nemen we afscheid. Morgen gaan ze op stage, morgen nemen ze het verhaal van Sonny mee naar hun woongroep, hun klas of hun kinderdagverblijf.

En daarom, mede Stolperstenenfreunde, daarom vind ik het zo geweldig dat we dit samen bereikt hebben en dat dit zelfs op mijn recalcitrante studenten indruk maakte. Het verhaal van Sonny doet er nu nog steeds toe.